Een goed jaar
Wat we in 2025 geleerd hebben, is dat beurzen met die geopolitieke spanning kunnen leven. Ze kenden best een goed jaar. Het enige echte crisismoment was toen Trump begin april met zijn importtarieven kwam aandraven. Hij noemde het Liberation Day, maar op de beursvloer zagen ze dat toch enigszins anders. Verrast door de scherpe beurscorrectie, zette de Amerikaanse president tactisch een stap terug. Die souplesse van geest wisten beleggers te appreciëren. Wat volgde was een wereldwijde herstelrally die uitmondde in nieuwe recordniveaus, niet alleen in Amerika, maar ook in Europa en Japan.
Het vlotte beursherstel was op z’n minst opmerkelijk te noemen. Zeker omdat Trump in juli zijn tarieven terug uit de kast haalde, en de gemiddelde heffing op import in de VS ondertussen gestegen is van 2% naar meer dan 17%. Daar importeurs wellicht alles zouden doen om die gestegen kosten door te rekenen aan hun cliënten, werd gevreesd voor een sterke impact op de inflatie. Die impact was er, maar werd voor een stuk gecompenseerd door een verzwakkende arbeids- en huizenmarkt. Resultaat: de Amerikanen fietsten het jaar uit met een inflatie van zo’n 2,7%, een hoog, maar niet alarmerend percentage.
Wat Wall Street zeker ook door de tarievenstorm hielp, was de goedkeuring van de Big Beautiful Bill. Die liet de Amerikaanse begroting er weliswaar nog even bekaaid uitzien als daarvoor, maar stelde tegelijkertijd een deregulering en nog lagere belastingen voor de Amerikaanse bedrijven in het vooruitzicht. Dat was mooi meegenomen.