Overzicht
- De Amerikaanse centrale bank wil inflatie enige tijd boven streefcijfer van 2% brengen
- Op korte termijn kan deze aanpak de aandelenkoersen verder de hoogte injagen
- Wanneer consumptie en investeringen plots fors toenemen, zal de inflatie pieken
- Wanneer de Fed dan de rente moet optrekken, kunnen aandelen en obligaties corrigeren
De Amerikaanse centrale bank streeft niet langer naar een gemiddelde inflatie van 2% op jaarbasis, maar naar een gemiddelde inflatie van 2% in de loop van de tijd. Dat lijkt een detail, maar het is een historische verschuiving.
Het volgehouden beleid van stabiele inflatie was een succes in de jaren negentig en de vroege jaren 2000. Het creëerde duidelijke verwachtingen bij consumenten en bedrijven, stimuleerde investeringen en zorgde voor stabiele lonen.
Vandaag werken de oude zekerheden niet langer. Een van de aannames was tot voor kort dat er zoiets bestaat als een duurzame maximale werkgelegenheidsgraad: als er minder dan 5,5% (later verlaagd tot 4,1%) werklozen zijn, zou de inflatie toenemen. Maar dat blijkt niet te kloppen.
Na Covid-19 piekt de werkloosheid en krijgt de Fed meer oog voor zijn andere basisdoelstelling: zorgen voor maximale werkgelegenheid.Koen De Leus
Focus op maximale tewerkstelling
Voor Covid-19 was de Amerikaanse werkloosheid historisch laag en nam de inflatie nauwelijks toe. Na Covid-19 piekt de werkloosheid en krijgt de Fed meer oog voor zijn andere basisdoelstelling: zorgen voor maximale werkgelegenheid.
Nu het niet blijkt te kloppen dat maximale tewerkstelling leidt tot hogere inflatie, kiest de Fed resoluut voor een robuuste arbeidsmarkt. Ze zal de rente pas verhogen als ze zich zorgen maakt over de reële inflatie, en niet langer over de verwachte inflatie. De Fed wil er zo voor zorgen dat de werkelijke inflatie stijgt en wil vermijden om in een vicieuze cirkel van lagere inflatieverwachtingen, lagere inflatie en lagere rentetarieven te belanden (zoals in Japan en mogelijk ook in Europa het geval is).
Nog hogere koersen?
De Fed zal vanaf nu dus een hogere inflatie tolereren om groei en werkgelegenheid te stimuleren. Ze creëert hiervoor meer speelruimte. Omdat risicodragende activa allergisch zijn voor hogere rentetarieven, is dat op korte termijn goed voor aandelen.
Amerikaanse aandelen noteren dan ook op het hoogste niveau ooit, ondanks de grootste daling van het bbp sinds de Grote Depressie. Bij een steeds lagere reële rente (nominale rente minus verwachte inflatie) stijgt de waarde van toekomstige inkomsten van bedrijven en verhoogt hun beurswaarde nog meer. Op lange termijn, bij oplopende inflatie, vergroot dit mechanisme het risico op financiële instabiliteit. Paradoxaal genoeg zijn stijgende prijzen juist het signaal dat de strategie werkt.
Vaccin kan correctie in gang zetten
Het grootste risico van deze aanpak is een plotselinge piek in de inflatie. De Fed injecteerde een massa geld in de economie, bovenop de fiscale injecties van de Amerikaanse overheid. Voorlopig vindt al dat geld zijn weg niet naar de reële economie. Maar dat kan snel veranderen wanneer er een vaccin is tegen Covid-19: dan neemt het consumenten- en ondernemersvertrouwen toe en stijgen consumptie en investeringen.
Als de monetaire stimuli massaal in de economie worden geïnjecteerd, stijgen de prijzen en moeten centrale banken de inflatie afremmen met een plotse stijging van de rente. Dat leidt dan tot een stevige correctie van obligaties en aandelen. Maar dat zijn, zowel voor de Fed als voor de financiële markten, zorgen voor overmorgen.