Overzicht
- De Chinese overheid viseert platform-, technologie- en e-learningbedrijven
- Achterliggend speelt het streven naar gemeenschappelijke welvaart voor elke Chinees
- Andere sectoren blijven door de overheid wel bevoorrecht
- Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die helpen China onafhankelijker te maken van het Westen
- Beleggers kunnen hun portefeuille maar beter aanpassen aan deze nieuwe realiteit
Het was de laatste maanden herhaaldelijk in het nieuws: de manier waarop China bepaalde sectoren de duimschroeven aandraait. Platformbedrijven zoals Didi (het Chinese Uber), technologiebedrijven zoals Tencent, bedrijven actief in online leren en fintechs zoals Ant Financial: allemaal kregen ze met aangescherpte regels te maken. Dat zorgde voor veel nervositeit op de beurzen.
De grote vraag is of de strenge houding van de Chinese overheid tegenover bepaalde sectoren en bedrijven van voorbijgaande aard of eerder structureel en blijvend is. Het lijkt er sterk op dat dat laatste het geval is.
Om te begrijpen wat er aan de hand is, is het nuttig om even naar het grotere plaatje van het Chinese mirakel te kijken.
Gemeenschappelijke welvaart
China trok de voorbije decennia honderden miljoenen mensen uit de armoede, maar inzake inkomensongelijkheid is er nog werk. De Chinese president Xi Jinping wil de nieuwe rijkdom herverdelen, zodat ook de achtergebleven mensen en sectoren erop vooruitgaan. Zijn doel is 'gemeenschappelijke welvaart', en die kan er komen door herverdeling van de welvaart.
Aan deze ambitie zijn consequenties verbonden. In het Westen zien we alvast dat herverdeling kan leiden tot een lager groeiritme. Hogere belastingen wegen er op de ondernemerszin en de algemene groei. Het zijn dan ook ingrepen waar je omzichtig mee moet omspringen.
Maar gemeenschappelijke welvaart kun je ook nastreven door achtergestelde groepen van mensen betere kansen te geven.
Verbetering
Er is in China best wel nog ruimte voor verbetering. Op de Chinese arbeidsmarkt heeft amper 18% een diploma hoger onderwijs in handen, terwijl dat in de OESO-landen 40% tot 50% is. De inwoners van Chinese steden zijn over het algemeen beter geschoold dan die op het platteland. Goede scholing voor iedereen is dus een werkpunt.
China zou ook het zogenaamde hukou-systeem kunnen afschaffen. In dat systeem zijn sociale rechten en een klein pensioen verbonden aan een welbepaalde woonplaats. Het systeem is destijds ingevoerd om migratie tegen te gaan, maar is vandaag nefast voor de arbeidsmobiliteit. Het leidt ertoe dat arbeiders op het platteland veroordeeld zijn tot werk met een lage productiviteit.
Beleggers kunnen ook in de toekomst moeilijk om China heen, ze kunnen hun portefeuille maar beter aanpassen aan deze nieuwe realiteit.Koen De Leus
Nieuwe realiteit
Om ‘gemeenschappelijke welvaart’ te realiseren, wil de Communistische Partij het ook andere sectoren moeilijker maken. Bedrijven moeten een evenwicht vinden tussen winstgevendheid, sociale verantwoordelijkheid en nationale belangen. De genoemde sectoren, maar ook vervuilende bedrijven en bedrijven die risico's voor de nationale veiligheid stellen, zullen sowieso strenger aangepakt worden.
Voor andere sectoren blijft de rode loper evenwel uitgerold. Denk aan bedrijven die China helpen om onafhankelijk te worden van buitenlandse technologie, en bedrijven die inzetten op groene transitie en binnenlandse consumptie.
Beleggers kunnen ook in de toekomst moeilijk om China heen, ze kunnen hun portefeuille maar beter aanpassen aan deze nieuwe realiteit.