Overzicht
- Globalisering ging achteruit door de grote financiële crisis, protectionisme en covid
- Het tempo van de globalisering vertraagt, maar de wereldwijde groei zal aanhouden
- Het economisch leiderschap in de wereld kan er tegen 2050 heel anders uitzien
- De huidige uitdagingen vergen meer internationale samenwerking en meer globalisering
In 2100 zal Afrika bijna 40% van de wereldbevolking tellen, tegen 15% nu.
Sinds 2008 vertraagt de globalisering en spreken sommigen van ‘slowbalization’. Import en export waren in 2015 wel nog goed voor 60% van het mondiale bbp. De globalisering leed onder de crisis van 2008, het protectionisme van Trump en de coronapandemie. Plotse schokken leiden in een geglobaliseerde wereld tot enorme verstoringen van de toeleveringsketen en tot volatiele prijzen.
Betekenen deze schokken dan het einde van de globalisering? Gaan bedrijven op zoek naar andere oplossingen dichter bij huis? Wellicht zal het globaliseringstempo wat vertragen in vergelijking met dat van de laatste 50 jaar. Zelfs als de groei van de handel nog maar gelijke tred houdt met die van het mondiale bbp, dan nog zal die handel tegen 2050 verdubbelen.
Afrika en China
De wereldwijde groei zal dus aanhouden, maar vraag en aanbod zullen misschien niet van dezelfde plaatsen komen.
Vandaag is de EU goed voor 16% van de wereldwijde import en export. Europa is de grootste handelaar in industrieproducten en diensten, en de belangrijkste handelspartner voor 80 landen. Maar we zullen niet lang meer nummer één blijven: China heeft een inhaalslag gemaakt, en andere opkomende markten volgen.
In 2010 was 11% van de wereldbevolking Europeaan, de helft minder dan in 1950. Tegen 2100 zal dat opnieuw gehalveerd zijn. Het aandeel van de Noord-Amerikaanse bevolking zal min of meer gelijk blijven. De grootste winnaar is Afrika, dat in 2100 bijna 40% van de wereldbevolking zal tellen, tegen 15% nu. Het Aziatische percentage zal dalen, voornamelijk door de snelle Chinese vergrijzing.
Grote stap voorwaarts of chaos?
Productiviteit is de basis van economische groei en welvaart. Als de Afrikaanse en sommige Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen het volle potentieel van hun groeiende bevolking willen realiseren, moeten ze hun productiviteit verhogen. Dat betekent: goede en solide instellingen installeren, hun onderwijs verbeteren en de nodige infrastructuur bouwen.
Als ze dat voor elkaar krijgen, zullen de E7-landen tegen 2050 de top 10 van de wereldeconomieën domineren, met China, India, Indonesië en Brazilië in de top 5. De snelst groeiende landen zullen dan Vietnam, de Filippijnen en Nigeria zijn.
Slagen die er niet in om hun productiviteit drastisch te doen groeien, dan dreigt de chaos. De plaatselijke jonge bevolking mist zo namelijk de kans op een betere toekomst.
De productie en distributie van vaccins en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering, vergen internationale coördinatie en samenwerking.Koen De Leus
Méér globalisering
Globalisering is niet dood, maar wel tijdelijk verdoofd vanwege de grote financiële crisis, Trump en covid. De productie en distributie van vaccins en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering, vergen internationale coördinatie en samenwerking. Die uitdagingen veronderstellen dus net méér, niet minder globalisering.
Problemen met de toeleveringsketens en protectionisme remmen globalisering af, net als het foute idee dat globalisering niet leidt tot een rechtvaardigere wereld. Al die elementen leiden tot regionalisering en minder handelsovereenkomsten.
De belangrijkste handelsroutes zouden tot slot ook kunnen verschuiven van de G7-landen naar de opkomende markten.