De interne meerwaarden realiseert u door als natuurlijke persoon de aandelen van uw exploitatievennootschap aan de reële actuele waarde, die hoger is dan de oorspronkelijke aanschaffingswaarde, in te brengen in een eigen of een door u gecontroleerde holdingvennootschap. Die meerwaarden blijven belastingvrij als u kunt verantwoorden dat de verrichting kadert binnen het normale beheer van een privévermogen. Zo niet, dan wordt de meerwaarde belast tegen 33% en gaat het gezochte fiscale voordeel verloren. De inbrengwaarde vormt het fiscaal gestorte kapitaal in hoofde van de holding. Tenminste, tot voor kort.
Het via dividenden overzetten van opgebouwde reserves uit uw exploitatievennootschap naar de holdingvennootschap gebeurt zo goed als belastingvrij. Via een kapitaalvermindering zou u deze middelen vervolgens belastingvrij - zonder de roerende voorheffing van 30% - uit uw vennootschap kunnen halen.
U hebt in 2006 uw exploitatievennootschap opgericht met een gestort kapitaal van 100.000 euro. Tien jaar later is de vennootschap 1.000.000 euro waard. In 2016 bracht u alle aandelen van de exploitatievennootschap in uw eigen holding in. Het fiscaal gestorte kapitaal van de holding, dat later belastingvrij kan worden uitgekeerd, bedraagt 1.000.000 euro.
Deze in vele gevallen artificiële optimalisatietechniek lag ook al voor 2017 onder vuur en is daarom niet zonder risico. Vanaf 2017 heeft de wetgever het fiscale voordeel van de creatie van interne meerwaarden op aandelen helemaal weggenomen. Voortaan creëert de inbreng van aandelen alleen fiscaal gestort kapitaal ten belope van de oorspronkelijke aanschaffingswaarde van de aandelen.
De eigenlijk interne meerwaarde (d.i. het hogere gedeelte van de inbrengwaarde) wordt aangemerkt als een belaste reserve, waarvan de uitkering principieel aan 30% roerende voorheffing onderworpen zal zijn.
Als de inbrengverrichting zou plaatsvinden in 2017 in plaats van 2016, dan zou het fiscaal gestort kapitaal slechts 100.000 euro bedragen. De overige 900.000 euro zou in principe aan roerende voorheffing onderworpen zijn bij uitkering.
Voor inbrengen gerealiseerd vóór 1 januari 2017 wijzigt er niets. De kapitaalvermindering voor vroeger gerealiseerde interne meerwaarden kan dus nog belastingvrij, voor zover de fiscus de verrichtingen niet kan aanmerken als fiscaal misbruik. Daarover leest u meer in andere bijdragen op dit portaal.
Een alternatief zou erin kunnen bestaan de aandelen van uw exploitatievennootschap te verkopen aan een holdingvennootschap van uw kinderen. Op die manier realiseert u als verkoper een meerwaarde op aandelen, die voorlopig nog steeds belastingvrij is, zolang deze kadert binnen het normale beheer van het privévermogen.
Het fiscale resultaat is gelijkaardig: de waarde van uw aandelen wordt omgezet in cash in uw privévermogen op een fiscaal voordelige wijze. De gevolgen zijn natuurlijk wel niet dezelfde als bij een interne meerwaarde: na de verkoop houden de ouders in principe geen controle meer over de ingebrachte aandelen/vennootschap. Mits een goede planning biedt deze techniek toch interessante perspectieven in het kader van successieplanning, ook voor ouders die de controle nog niet volledig uit handen willen geven.
De rulingscommissie heeft het gebruik van deze techniek reeds meerdere malen aanvaard.
Het is niet meer mogelijk om de meerwaarden op uw aandelen van uw werkvennootschap om te zetten in belastingvrij uitkeerbaar kapitaal in uw eigen holding. Andere technieken om op een fiscaal voordelige wijze geld uit uw vennootschap te halen, blijven bestaan. Een voorbeeld hiervan is de verkoop van uw aandelen aan een holding van de kinderen.
Cliënt bij Priority Banking Exclusive, Private Banking of Wealth Management?
De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavig artikel zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie. Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze communicatie. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. BE 0403.199.702.