Hoe weerspiegelt het fenomeen van dalende rentevoeten zich in de waarde van een bedrijf?
Om de marktwaarde van een bedrijf te bepalen hanteren wij drie verschillende waarderingsbenaderingen: de rendementsbenadering, de marktbenadering en de kostenbenadering.
Met de rendementsbenadering berekenen we de waarde van een bedrijf op basis van veronderstelde toekomstige economische inkomsten. De meest gebruikte methode is de DCF-methode (
Discounted Cash Flow), die erin bestaat de toekomstige operationele kasstromen van het bedrijf in te schatten en deze nu al door te rekenen tegen een rente die het gemiddelde rendement weerspiegelt, wat de twee types beleggers, aandeelhouders en banken, eisen. In periodes van lage rente zal de door de waardebepaler gebruikte kost van de schuld lager zijn, op voorwaarde dat de risico’s eigen aan het bedrijf stabiel blijven en er geen significante rentestijging wordt verwacht op korte of middellange termijn.
Het rendement dat de aandeelhouders verwachten, de zogenaamde kost van het eigen vermogen, wordt bepaald op basis van:
-
de risicoloze rente (overheidsobligaties zijn a priori het minst risicohoudende actief en hun rendement wordt dus traditioneel gelijkgesteld met een zogenaamde ‘risicoloze’ rente);
-
andere parameters, waaronder een risicopremie die redelijk stabiel blijft (5-6%);
-
ten slotte de Beta en de Small Firm Premium, die beide weinig of niet beïnvloed worden door dalende interestvoeten.
We concluderen dat in tijden van lage interestvoeten, de actualisatievoeten lager zijn, wat dus een positieve invloed heeft op de waarde van bedrijven.
De kostenbenadering, ook gekend onder de naam ‘netto-actiefmethode’ of ‘vermogensmethode’, ondergaat zo goed als geen invloed van dalende interestvoeten.
Met de marktbenadering ten slotte bepalen we de waarde van een bedrijf op basis van de waarde van vergelijkbare beursgenoteerde bedrijven (of op basis van transacties van vergelijkbare ondernemingen). De multiples weerspiegelen dus de marktpercepties en daarmee ook de economische voorwaarden van deze markt (inclusief de evolutie van de rentevoeten). Bij een daling (of stijging) van de rentevoeten bevelen wij dus zonder meer aan om terug te vallen op de op de markten vastgestelde multiples (marktgebaseerde waardering), zo niet loopt men het risico voorbij te gaan aan de essentie van deze methode (namelijk dat de markten de economische evoluties integreren en aandelen correct waarderen).