De markt van de groene, sociale en duurzame obligaties is volop in ontwikkeling. In 2007 werd de eerste groene obligatie uitgegeven door de Europese Investeringsbank, ook de klimaatbank van de Europese Unie genoemd. Sindsdien is de markt exponentieel gegroeid. Naast groene obligaties, bedoeld voor klimaat- en milieuprojecten, bestaan er nu ook sociale en duurzame obligaties. Die worden uitgegeven voor de financiering van projecten met maatschappelijke impact en voor projecten die een mix van groene en sociale doestellingen nastreven. Een aparte categorie zijn obligaties waarvan de rente gekoppeld is aan duurzaamheidsdoelstellingen, zoals bijvoorbeeld de reductie van CO2. Wordt de doelstelling niet gehaald, dan betaalt de emittent een hogere rente.
Ook België doet mee
Ook ons land is mee op de trein van de duurzame obligaties gesprongen. In 2018 gaf de Belgische overheid haar eerste groene obligatie uit met een looptijd van 15 jaar. Het ‘green OLO framework’ geeft aan hoe het opgehaalde geld geïnvesteerd zal worden. Dat gebeurt volgens vijf pijlers:
- energie-efficiëntie (inclusief groene gebouwen),
- zuiver transport (openbaar vervoer),
- hernieuwbare energie,
- circulaire economie (inclusief afval- en waterbehandeling,
- het gebruik van land.
In juni 2022 werd dit framework geüpdated om het in overeenstemming te brengen met de huidige marktpraktijken. Dit werd beoordeeld door een externe tegenpartij, in dit geval Moody’s ESG. Sinds juli 2022 volgen alle uitgiften van groene OLO’s dit nieuwe kader.
Volwaardig marktsegment
In 15 jaar tijd zijn groene obligaties uitgegroeid tot een volwaardig segment van de obligatiemarkt.
- De euro is de toonaangevende munt: 63% van de uitstaande emissies noteert in euro. De dollar komt op de tweede plaats en is goed voor 22%.
- De emittenten zijn voornamelijk overheden (en aanverwanten). Zij zijn goed voor 61% van de uitgiftes in de MSCI Euro Green Bond-index. Bedrijven – voornamelijk uit de financiële - en de energiesector - vertegenwoordigen 39%.
- Door de dominantie van deze uitgevers is de kredietkwaliteit zeer hoog: de meeste groene obligaties zijn investment grade (minimaal rating BBB).
- De duratie is iets langer dan gemiddeld. Veel overheden hebben geprofiteerd van de lage rente om (groene) obligaties uit te geven met lange looptijden.
En de rendementen?
De rendementen van obligaties mét en zonder duurzaamheidskenmerken leunen dicht tegen elkaar aan. Het kredietrisico is immers hetzelfde voor uitgiftes van dezelfde emittent. Als ook de munt en de looptijd overeenstemmen, is het dus logisch dat ook de rendementen gelijkaardig zijn. Soms zien we dat duurzame obligaties enkele basispunten duurder zijn en dus een iets lager rendement bieden. Dat is toe te schrijven aan de groeiende interesse voor duurzame fondsen en de toestroom van liquiditeiten. Veel fondsenhuizen lanceren specifieke compartimenten voor de verschillende categorieën van duurzame obligaties en zijn druk op zoek naar geschikt papier om de instroom van geld te beleggen.