Door de lage rentevoeten gingen de aandelenkoersen en vastgoedprijzen de afgelopen decennia door het dak. Hierdoor nam de rijkdom van de bevolking sterk toe. Maar wat betekende dit voor de verdeling van de welvaart tussen de gezinnen? Noorse wetenschappers bogen zich over deze vraag en gingen op zoek naar de winnaars en de verliezers van de stijgende activa-prijzen. Ze baseerden zich op twee vaststellingen. Ten eerste: stijgende activaprijzen zijn goed voor gezinnen die activa verkopen, maar nadelig voor de kopers. Ten tweede: aangezien er voor iedere verkoper ook een koper is, zijn de effecten van de stijgende prijzen enkel herverdelend.
Verkopers boeken grootste welvaartswinst
Om een antwoord te vinden op de vraag wie precies de winnaars en de verliezers waren van de stijgende activaprijzen, modelleerden de wetenschappers de impact per huishouden. Ze becijferden hoeveel hoger de prijzen van vastgoed en aandelen lagen in vergelijking met een normale situatie en welke impact dit had op de welvaart van eigenaars, kopers en verkopers. Ook de schulden en het spaargeld van de gezinnen werden in rekening gebracht. Hun conclusie? Noorse huishoudens die tussen 1993 en 2015 aandelen of vastgoed verkochten, boekten de grootste welvaartswinst. De verliezers waren de huishoudens die in die periode aandelen en vastgoed kochten.
Welvaart verschuift van jong naar oud
De wetenschappers onderzochten ook de welvaartseffecten per leeftijdscategorie (zie grafiek). Ze concludeerden dat jongeren er het meest op achteruit gingen ten voordele van de oudere generaties. Jongeren leden het meeste welvaartsverlies omdat ze vastgoed kochten tegen prijzen die hoger waren dan normaal. Hypothecaire leningen met lage rentevoeten temperden dit effect, maar konden het welvaartsverlies niet volledig neutraliseren. Ouderen profiteerden van het omgekeerde effect en zagen hun welvaart het meest toenemen. Daarnaast zagen de onderzoekers ook een welvaartsverschuiving van arm naar rijk. Relatief rijkere huishoudens, die vaak één of meerdere woningen hebben, gingen er meer op vooruit dan arme huishoudens, die vaker huren.