Overzicht
- Geopolitiek heeft de Fed gedwongen haar kaarten opnieuw te schudden. Waarom?
- Inflatie in de VS, hoe staat het met de cijfers van april?
- Impact van de energiecrisis: een race tegen de klok is begonnen
Centrale banken en het belang van data
Er gaat geen dag voorbij dat de ogen van de markt en de beleggers niet strak gericht zijn op de geopolitieke actualiteit of de laatste berichten van Donald Trump. Maandagavond verklaarde de Amerikaanse president dat het staakt-het-vuren met Iran “aan de beademing ligt”. Door al dat nieuws schommelt de olieprijs fors en indirect geeft het een minder of meer geruststellend vooruitzicht op de komende inflatiecijfers. Waarom zijn die cijfers zo belangrijk? Zoals we weten, hebben de centrale banken ondertussen de gewoonte om hun acties te bepalen op basis van de data die ze ontvangen. Welnu, de twee parameters die doorslaggevend zijn voor toekomstige rentedalingen of -verhogingen zijn de tewerkstellingscijfers en de inflatiecijfers. Enkele maanden geleden was het desinflatieproces van start gegaan en algemeen werden rentedalingen verwacht. De oorlog in Iran zet deze heuglijke vooruitzichten voor de markten op losse schroeven aangezien de stijging van de energieprijzen fungeert als een motor voor inflatie die een weerslag heeft op tal van segmenten. De Consumptieprijsindex van maart kwam, door de hogere aardolieprijs, uit op 3,3%, hoger dan verwacht. Hoe staat het nu met de cijfers van april en hoe kunnen we ze interpreteren?
Cijfers die de situatie veranderen?
Analisten gingen uit van een verhoging tot 3,7% op jaarbasis, met een onderliggende inflatie die van 2,6% in maart stijgt naar 2,7% in april. Na publicatie van de cijfers blijkt dat ze iets hoger zijn dan verwacht (3,8% voor de algemene inflatie en 2,8% voor de onderliggende inflatie). Concreet kan dit vanuit verschillende invalshoeken worden geanalyseerd. Vanuit een pessimistische invalshoek drijven we af van de ideale doelstelling van de Amerikaanse centrale bank en kunnen we ervan uitgaan dat met een algemene inflatie van 3,8% meerdere sectoren zullen worden getroffen door prijsstijgingen op middellange termijn (waardoor de onderliggende inflatie nog meer zal stijgen). We kunnen het echter ook optimistischer bekijken: de onderliggende inflatie blijft vrij dicht bij haar laagste niveaus en de stijging is nog niet te uitgesproken. Bovendien blijft de Amerikaanse economie robuust, zoals blijkt uit het laatste banenrapport dat in april positief had verrast (115.000 nieuwe banen tegenover 65.000 verwacht). Gelet op al deze elementen samen kunnen we ervan uitgaan dat de Fed behoedzaam gaat blijven optreden. Ook zal ze erop blijven wijzen dat de Amerikaanse economie sterk is en in staat is om nog iets langer hoge rentes te verdragen. Dit is een situatie die de markten bereid zijn te steunen, voor zover de status quo inzake rentes standhoudt en de centrale bank zich niet verplicht voelt om ze op te trekken.
Geopolitieke spanningen centraal in toekomstige monetaire beslissingen
Eens te meer ligt de oplossing in een vermindering van de geopolitieke spanningen. Hoe meer het conflict blijft aanmodderen, hoe sterker de energiecrisis wordt en de impact op inflatie voelbaar zal zijn. Mocht dit conflict binnen de twee à drie weken eindigen, is het meer dan waarschijnlijk dat de Fed inderdaad niet verplicht zal zijn om haar rentetarieven voor het einde van het jaar op te trekken. Zo zou de sterke economische dynamiek van de Verenigde Staten niet worden onderbroken. Dit vooruitzicht zou een grote impact hebben op de markten die dit als een enorme opluchting zouden ervaren. In elk geval wijzen we er nogmaals op dat Donald Trump zijn blik blijft richten op de tussentijdse verkiezingen en dat de gestegen benzineprijzen aan de pomp een bijzonder nefaste impact hebben op de peilingen van het republikeinse kamp. De president gaat er ook prat op de staatsman te zijn die “de grootste stierenmarkt aller tijden” ondersteunt. Rekening houdend met deze factoren en ondanks de soms tegenstrijdige uitspraken kunnen we ons moeilijk voorstellen dat de Verenigde Staten de situatie nog maandenlang gaan laten aanslepen. Dit geeft ons redenen om optimistisch te zijn. Ook al zullen we nog steeds met een beleid moeten leven dat zeer veel volatiliteit teweegbrengt.
De inflatie blijft veel zorgen baren en de cijfers van april veranderen dus (nog) niet de situatie. De Fed kan een afwachtende houding aannemen en beleggers mogen voorzichtig optimistisch zijn. Eens te meer gaat alles zich op drie fronten afspelen: de geopolitieke de-escalatie, de duur van de energiecrisis en de veerkracht van de Amerikaanse consumptie.
Kerncijfers van 12/5/2026
|
| Index |
Slotkoers |
+/- |
Sinds begin 2026 |
| België: Bel-20 |
5469,73 |
-0,51% |
7,71% |
| Europa: Stoxx Europe 600 |
606,63 |
-1,01% |
2,44% |
| VS: S&P 500 |
7400,96 |
-0,16% |
8,11% |
| Japan: Nikkei |
62742,57 |
0,52% |
24,64% |
| China: Shangai Composite |
4214,49 |
-0,25% |
6,19% |
| Hongkong: Hang Seng |
26347,91 |
-0,22% |
2,80% |
| Euro/dollar |
1,17 |
-0,38% |
-0,08% |
| Brent olie |
107,94 |
3,59% |
75,94% |
| Goud |
4698,65 |
1,01% |
9,07% |
| Belgische 10 jaarsrente |
3,65 |
|
|
| Duitse 10 jaarsrente |
3,10 |
|
|
| Amerikaanse 10 jaarsrente |
4,46 |
|
|