Frankrijk heft, net als veel andere landen, belasting op dividenden die binnenlandse ondernemingen uitkeren aan buitenlandse aandeelhouders. Aan de grens bedraagt deze bronbelasting sinds 2018 12,8%.
Na deze eerste belasting, taxeert de Belgische fiscus het nettodividend. Over het algemeen gebeurt dat door een roerende voorheffing van 30% in te houden, ofwel via de belastingaangifte, tegen hetzelfde tarief.
Oorspronkelijk bestonden er opties om deze dubbele belasting te verlagen. Maar in 1988 schafte België elke mogelijkheid af om de roerende voorheffing op dividenden uit buitenlandse bronnen te vermijden of te verminderen.
In 2020 oordeelde het Hof van Cassatie dat het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk voorrang had op de Belgische wet. Met andere woorden: Belgische belastingplichtigen hebben recht op een ‘forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting’(FBB). En dat, ondanks de afschaffing in de Belgische wetgeving in 1988. Deze FBB vermindert de Belgische belasting op Franse dividenden van 30% naar 15%.
Kort daarna publiceerde de Belgische belastingdienst een circulaire, die het FBB voorbehield aan belastingbetalers die hun Franse dividenden hadden vermeld in hun belastingaangifte.
Zoals verwacht, stapten belastingbetalers die Franse dividenden hadden ontvangen, onderworpen aan de 30% roerende voorheffing, naar de rechter.Twee uitspraken van het Hof van Beroep in Gent, die lijnrecht tegenover elkaar staan, maakten de verwarring nog groter. Zo kreeg het Hof van Cassatie opnieuw werk. Dat behandelde de twee zaken parallel en velde een arrest op 23 november 2023.
Kort samengevat, oordeelde het Hof van Cassatie dat de voorrang van het internationaal recht, in dit geval het Frans-Belgisch Verdrag van 1964, absoluut is. De technische obstakels die de belastingdienst opwerpt, zijn irrelevant.
De Belgische Staat moet dus in alle gevallen de verrekening van de FBB met Franse dividenden toestaan - zelfs als de belastingbetaler ze niet heeft opgenomen in de belastingaangifte.
Verwacht niet dat de belastingdienst u spontaan zal terugbetalen. Als u het teveel betaalde bedrag wil terugvorderen, moet u administratief beroep aantekenen, of zelfs naar de rechter stappen. U zal hiervoor vaak de hulp van een belastingadviseur en advocaat moeten inroepen.
Voor u een lange procedure start, moet u nagaan of de terug te vorderen bedragen voldoende zijn om de gemaakte kosten te dekken.
Tot slot: elke juridische overwinning zal van korte duur zijn. De wetgever zal het Frans-Belgische verdrag uit 1964 binnenkort vervangen door een nieuwe versie. Daarin mag u de FBB niet langer aftrekken. Dit nieuwe verdrag wordt van kracht zodra het is geratificeerd door de betrokken parlementen in beide landen.
Cliënt bij Priority Banking Exclusive, Private Banking of Wealth Management?
De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavig artikel zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie. Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze communicatie. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. BE 0403.199.702.