Overzicht
- Centrale banken het eerst aan zet
- Inflatie en groei: tegenstrijdige signalen
- Olie: een scherpe en onvoorspelbare speler
- De week van 16.000 miljard USD
- Beurzen en obligatiemarkten zoeken naar richting
Centrale banken openen het spel
De belangrijkste centrale banken waren deze week eerst aan zet. In lijn met de verwachtingen hielden ze hun beleidsrente stabiel, maar de onderliggende boodschap werd voorzichtiger met de nadruk op waakzaamheid. De Bank of Japan beet de spits af en handhaafde haar rente op 0,75%, ondanks dat drie van de negen bestuurders een verhoging naar 1% wilden. Haar inflatieverwachting voor 2026 werd bijgestuurd naar 2,8%. In de VS pauzeerde de Federal Reserve voor de derde keer op rij op 3,50–3,75%, met opvallend veel interne verdeeldheid en vier dissidente tegenstemmers, het hoogste aantal sinds 1992.
In Europa zag de ECB de inflatie in april oplopen tot 3,0% in combinatie met een zwakke groei van slechts 0,1% in het eerste kwartaal, waardoor een renteverhoging werd besproken maar nog niet doorgevoerd. De Europese beleidsrente blijft op 2%. Ook de Bank of England hield vast aan 3,75% bij een inflatie rond 3,3%.
De aanhoudende onzekerheid over de duur van de energieschok en het doorsijpelen ervan in de bredere inflatie maakt het schaakbord complexer. Centrale bankiers moeten meerdere zetten vooruitdenken, terwijl elk verkeerd initiatief zwaar kan doorwegen. De interne verdeeldheid toont dat niet iedereen dezelfde strategie voor ogen heeft. Een voorbode van de eerste renteverhogingen in juni en een verstrakking van het monetaire beleid?
Inflatie en groei zetten elkaar schaak
In de VS kwam de inflatie uit op 3,3%, met benzineprijzen die bijna 19% hoger liggen dan een jaar geleden. De economie groeide het eerste kwartaal met 2,0%, iets minder dan verwacht, maar tegelijk toonden cijfers deze week dat de industrie en de consument opvallend veerkrachtig blijven. Dat dwingt beleidsmakers om verschillende scenario’s tegen elkaar af te wegen en maakt het moeilijk te bepalen welke weg de Fed de komende weken en maanden zal bewandelen.
In Europa ziet het schaakbord er anders uit. De eurozone flirt met stagflatie: een hardnekkige inflatie die steeg naar 3,0%, vooral door duurdere energie (+10,9%), en een groei die bijna is stilgevallen. De aangekondigde hogere Amerikaanse invoertarieven op Europese auto’s en de gespannen relaties tussen Washington en Berlijn maken het spel nog ingewikkelder. De manoeuvreerruimte van de ECB is beperkt, het wordt schaken voor gevorderden.
De Verenigde Arabische Emiraten doen een onverwachte zet
De energiemarkten kregen extra schokken: de Verenigde Arabische Emiraten stappen na bijna zestig jaar uit de OPEC, de Amerikaanse president overweegt nieuwe acties in Iran, en de Straat van Hormuz blijft een knelpunt. De olieprijs schoot donderdagochtend naar 126,41 USD, maar zakte opnieuw na een Iraans onderhandelingsvoorstel om de week te eindigen rond 108 USD. Geen wonder dat deze schommelingen de inflatievrees bij beleggers en centrale banken stevig aanwakkert.
De week van 16.000 miljard dollar.
De vijf grootste Amerikaanse techreuzen, samen goed voor 16.000 miljard USD aan beurswaarde, moesten woensdag bewijzen dat hun AI-investeringen renderen en zich vertalen in echte winstgroei. De cijfers bevestigen dat AI geen hype is: omzetgroei versnelt, orderboeken zwellen aan en de vraag naar cloudcapaciteit en AI blijft uitzonderlijk sterk en overstijgt de beschikbare capaciteit. Maar tegelijk loopt de investeringsfactuur verder op, en beleggers worden kritischer. De Nasdaq reageerde volatiel, en wereldwijd bewoog het sentiment mee.
Hoe positioneerden de markten zich in dit complexe spel?
Beleggers proberen hun schaakstukken zorgvuldig te herpositioneren. De oorlog in Iran zit muurvast, de olieprijs grijpt de wereldeconomie stilaan bij de keel, en bedrijven zullen op termijn mogelijk hun vooruitzichten neerwaarts moeten bijsturen.
Ondanks deze bezorgdheden werden nieuwe beursrecords bereikt. Zo brak de Japanse Nikkei-index voor het eerst door 60.000 punten. De stijging van 20% in 2026 wordt gedreven door technologie, robotica en vertrouwen in een heroplevende economie. Na een lange periode van deflatie is de Japanse beurs opnieuw aantrekkelijk geworden. De andere beurzen bleven dicht bij huis en sloten na veel volatiliteit de week meestal licht positief af.
Ook obligatiemarkten reageerden: de Amerikaanse rente op tien jaar steeg naar 4,4%, de Duitse naar 3,03%. Ook hier groeit het besef dat de energieschok wel eens langer zou kunnen aanhouden met stijgende inflatie als gevolg. Beleggers volgen deze renteontwikkelingen nauwlettend op, want een verdere stijging kan op termijn de waarderingen onder druk zetten, ook die van de techsector die momenteel de markt aandrijft.
In een week die strategisch denken vereiste en weinig automatische zetten toeliet, blijft één conclusie overeind: het spel is nog lang niet gespeeld, en de slotzet laat voorlopig op zich wachten. Waakzaamheid blijft geboden.
Kerncijfers van 27/4/2026 tot 1/5/2026
|
| Index |
Slotkoers |
+/- |
Sinds begin 2026 |
| België: Bel-20 |
5352,67 |
-0,73% |
5,40% |
| Europa: Stoxx Europe 600 |
611,55 |
0,15% |
3,27% |
| VS: S&P 500 |
7230,12 |
0,91% |
5,62% |
| Japan: Nikkei |
59513,12 |
0,63% |
18,22% |
| China: Shangai Composite |
4112,16 |
0,46% |
3,61% |
| Hongkong: Hang Seng |
25776,53 |
-0,54% |
0,57% |
| Euro/dollar |
1,18 |
0,53% |
0,20% |
| Brent olie |
108,04 |
-3,41% |
76,10% |
| Goud |
4568,30 |
-2,38% |
6,04% |
| Belgische 10 jaarsrente |
#N/A |
|
|
| Duitse 10 jaarsrente |
3,03 |
|
|
| Amerikaanse 10 jaarsrente |
4,38 |
|
|