Overzicht
- Een omzendbrief wijzigt de fiscale behandeling van levensverzekeringen in Wallonië en Brussel
- Deze circulaire is omstreden en wordt met terugwerkende kracht toegepast vanaf 1 september 2018
- De fiscale behandeling inzake successie hangt vooral af van de structuur van het contract
- Voor echtparen speelt ook het huwelijksstelsel een rol
Een recente omzendbrief1 van de federale belastingdienst2 zorgt voor een grondige aanpassing van de regels voor levensverzekeringen. Die is enkel van toepassing in het Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en wordt met terugwerkende kracht toegepast vanaf 1 september 2018, de dag waarop ook de hervorming van de huwelijksstelsels is ingegaan. Verschillende experts vragen zich af of het gelijkheidsbeginsel en de retroactiviteit van de belastingwet wel worden nageleefd.
Indien de fiscale behandeling van levensverzekeringen in de toekomst nog sterk zou wijzigen, zullen we u daarover informeren. In de tussentijd leest u hieronder de gevolgen van dit nieuwe administratieve standpunt, afhankelijk van het type contract (verzekeringnemer-verzekerde-begunstigde).
Indien de premies betaald werden uit het gemeenschappelijke vermogen, moet Boudewijn successierechten betalen op de helft van de afkoopwaarde.
1 Omzendbrief 2021/C/2 betreffende artikel 8 van het Wetboek der successierechten en betreffende de toepasselijke belasting afhankelijk van verschillende types levensverzekeringscontracten
2 De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD)
Het contract van het type B-B-A
Boudewijn (B), gehuwd met gemeenschap van goederen, tekent in op een levensverzekeringscontract op zijn eigen hoofd ten gunste van zijn echtgenote, Anne (A). Indien Anne overlijdt vóór Boudewijn, loopt het contract gewoon door.
De belastingdienst is voortaan van mening dat het contract belastbaar is bij het vooroverlijden van de begunstigde (Anne). Indien de premies betaald werden uit het gemeenschappelijke vermogen, moet Boudewijn successierechten betalen op de helft van de afkoopwaarde.
Als Boudewijn de polis niet afgekocht heeft op de dag waarop hij zelf overlijdt, wordt het contract vereffend en belast in hoofde van zijn erfgenamen. Die kunnen dan een aanvullende aangifte indienen in de nalatenschap van Anne, om de door Boudewijn onterecht betaalde successierechten alsnog terug te vorderen.
Het contract van het type B-B-C
Boudewijn (B), gehuwd met gemeenschap van goederen met Anne (A), tekent in op een levensverzekeringscontract op zijn eigen hoofd ten gunste van zijn dochter Caroline (C). Als Anne, die geen betrokken partij is in het contract, overlijdt vóór Boudewijn, loopt het contract gewoon door.
Indien Caroline de uitkering van het contract aanvaardt, is er geen belasting verschuldigd bij het overlijden van Anne. Aanvaardt ze de uitkering niet, dan is de fiscus voortaan van mening dat als de premie werd betaald uit het gemeenschappelijke vermogen, de helft van de afkoopwaarde van het contract belastbaar is in hoofde van Boudewijn wanneer de nalatenschap van Anne openvalt.
Als Boudewijn de volledige polis afkoopt, wordt de belasting als definitief beschouwd. Doet hij dat niet, dan ontvangt Caroline bij het overlijden van Boudewijn de uitkering en wordt zij belast op het volledige bedrag.
De erfgenamen van Boudewijn kunnen dan een terugbetaling vragen van de successierechten in de nalatenschap van Anne.
Het contract van het type A-B-C
Anne (A) heeft ingetekend op een levensverzekeringscontract op het hoofd van haar echtgenoot Boudewijn (B), in het voordeel van hun dochter Caroline (C).
Indien Anne eerst overlijdt, meent de belastingdienst dat het contract onmiddellijk moet worden belast, zelfs als het nog loopt. Caroline moet dan de successierechten betalen op de volledige afkoopwaarde. Deze belasting is definitief, behalve als Caroline overlijdt vóór de ontbinding van het contract.
Overlijdt ze vóór de ontbinding van het contract, dan komt de uitkering toe aan de plaatsvervangende begunstigde van het contract. Of, bij gebreke daaraan, aan de nalatenschap van Anne1.
De erfgenamen van Caroline kunnen dan een terugbetaling vragen van de rechten die werden betaald bij het overlijden van Anne. De erfgenamen van Anne moeten de rechten betalen, en moeten ook een aanvullende nalatenschapsaangifte indienen.
1 Artikel 175 van de wet van 04 april 2014 betreffende verzekeringen.
De omzendbrief voorziet voortaan dat de langstlevende de successierechten moet betalen bij het overlijden van de eerst stervende echtgenoot.Laurence Mertens
Het contract van het type AB–AB–C
Twee ouders, Anne en Boudewijn (verzekeringnemers) hebben ingetekend op een levensverzekeringscontract met een wederzijdse overdracht ‘post mortem’ van de rechten van de verzekeringnemer. De ouders (AB) zijn allebei verzekerden van dit contract. De begunstigde bij het eerste overlijden is hun dochter Caroline (C).
De omzendbrief voorziet voortaan dat de langstlevende de successierechten moet betalen bij het overlijden van de eerst stervende echtgenoot. De federale belastingdienst meent dat de overdracht ‘post mortem’ moet worden beschouwd als een schenking onder opschortende voorwaarde van overleven. Bijgevolg belast de belastingdienst, indien de premies werden betaald uit het gemeenschappelijke vermogen, de helft van de afkoopwaarde van dit levensverzekeringscontract.