Het federale mobiliteitsbudget is een budgetneutrale oefening. Ze laat werknemers toe om hun bedrijfswagen te ruilen voor alternatieve mobiliteitsoplossingen of andere bestedingen. Tot nog toe was het geen verplichting. Dit verandert wellicht vanaf 2026 voor de werkgever (de federale regering bepaalt de juiste datum en modaliteiten later nog).
Het mobiliteitsbudget bestaat uit drie pijlers.
De wetgever verplicht werkgevers vanaf 2026 om het mobiliteitsbudget aan te bieden aan elke werknemer die in aanmerking komt voor een bedrijfswagen. Werkgevers zijn verplicht minstens één optie uit pijler 2 aan te bieden. Functies waarbij een wagen essentieel is – zoals service engineers of andere buitendienstmedewerkers – mogen worden uitgesloten.
Werknemers hebben de mogelijkheid om in te stappen op twee momenten:
De manier waarop werknemers het huidige mobiliteitsbudget gebruiken, is indicatief voor hoe ze het verplichte mobiliteitsbudget zullen aanwenden. De cijfers van de RSZ van eind 2024 geven een eerste beeld voor de 3 pijlers.
Ondernemingen moeten heldere afspraken maken over wat mag en wat niet. Een goed uitgewerkte mobility policy is onmisbaar om discussies en misverstanden te vermijden. Bij kleine groepen werknemers is het budgetbeheer manueel mogelijk. Maar vanaf tien actieve gebruikers wordt een gespecialiseerde tool aanbevolen. Die biedt toegang tot alle opties van pijler 2. Hij verzekert ook een efficiënt beheer voor zowel de werknemer als de werkgever.
Duidelijke communicatie naar werknemers is vandaag al cruciaal om het draagvlak te vergroten. Ze helpt ook om het gebruik van het federale mobiliteitsbudget efficiënt te organiseren.
Cliënt bij Priority Banking Exclusive, Private Banking of Wealth Management?