Wat het Burgerlijk Wetboek zegt
Het Burgerlijk Wetboek van 1804 ging ervan uit dat elke gift aan een erfgerechtigde moest worden ingebracht. Van de erflater werd immers verondersteld dat hij zijn erfgenamen gelijk wilde behandelen, zodat ze op het ogenblik van de verdeling van zijn nalatenschap opnieuw op voet van gelijkheid moesten komen. Als een erflater bijvoorbeeld 10.000 euro had geschonken aan zijn dochter en niets aan zijn zoon, dan moest de dochter in het kader van de verdeling van de nalatenschap 10.000 euro minder opnemen dan haar broer, aangezien de 10.000 euro die zij van haar vader had ontvangen als voorschot op het erfdeel werd beschouwd. Toch kon de erflater de schenking ook van inbreng vrijstellen. Broer en zus verdeelden de door de erflater nagelaten goederen dan in gelijke delen en de zus moest bij haar broer geen rekenschap afleggen voor de 10.000 euro die zij extra had gekregen.
De wet van 31 juli 2017 beperkt het toepassingsgebied van het vermoeden van inbreng voor giften aan een erfgerechtigde.
Een vermoeden van inbreng beperkt tot giften aan de kinderen
Vanaf 1 september 2018 zijn alleen giften aan een afstammeling voor inbreng vatbaar, behalve als de erflater de vaste wil heeft om ze van inbreng vrij te stellen.
Giften aan een andere erfgerechtigde worden verondersteld van inbreng te zijn vrijgesteld. Als de erflater zijn zus 10.000 euro schenkt, dan wordt die schenking vanaf 1 september 2018 als niet vatbaar voor inbreng door de zus beschouwd, behalve als de erflater de vaste wil heeft om de schenking voor inbreng vatbaar te maken.
De wetgever ging ervan uit dat telkens als de erflater een andere erfgerechtigde dan zijn kinderen begunstigde, er geen vermoeden kon zijn dat de erflater naar een gelijke behandeling van zijn erfgerechtigden streefde.
Hoe zit het met de begunstiging via een levensverzekering?
Momenteel wordt verondersteld dat schenkingen via een levensverzekering niet voor inbreng vatbaar zijn, ongeacht de identiteit van de begunstigde van het verzekeringskapitaal. De verzekeringnemer kan wel aangeven dat het kapitaal moet worden ingebracht.
De wet van 31 juli 2017 wijzigt de verzekeringswet. De nieuwe regels voor de inbreng zijn van toepassing op alle aanwijzingen van begunstigden vanaf 1 september 2018. Voortaan bepaalt de identiteit van de erfgerechtigde of de schenking via levensverzekering al dan niet voor inbreng vatbaar is. Maar de verzekeringnemer heeft wel nog altijd het laatste woord en kan bijvoorbeeld beslissen dat het verzekeringskapitaal voor inbreng vatbaar is, terwijl de wet vermoedt van niet.
De wet van 31 juli 2017 beperkt het vermoeden van inbreng voor giften. De erflater moet goed nakijken of zijn gift al dan niet voor inbreng vatbaar is. Als de wettelijke regels niet stroken met zijn wens, moet hij het geldende vermoeden omkeren met zijn vaste wil.
Cliënt bij Priority Banking Exclusive, Private Banking of Wealth Management?
Schrijf u in op onze dagelijkse en/of wekelijkse nieuwsbrief.
Ik schrijf mij in
De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavig artikel zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.
Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze communicatie. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. BE 0403.199.702.